Home » Juist door (mijn) burn-out, van moet naar moed

Juist door (mijn) burn-out, van moet naar moed

Rating: 5 sterren
9 stemmen
Juist door (mijn) burn-out, van moet naar moed | Jannis Lootens

Ik ben een veerkrachtige, gezonde kerel. Rationeel wist ik ongetwijfeld dat ik – zelfs ik - een grens had, maar die lag nog heel ver weg. Totdat ik er in 2015 toch keihard tegenaan liep: de grens. Een burn-out. Opgebrand dus. Dat was ineens heel dichtbij en verre van abstract. Ineens geen enkele reserve meer waar ik uit kon putten om nog een dagje vol te houden. (* NB. onderaan deze blog beschrijf ik het verschil tussen burn-out, overspannenheid en depressie).

 

Het is een ervaring die ik niemand toewens. Tegelijk heb ik lessen geleerd waar ik nog altijd mijn voordeel mee doe. Die deel ik graag. Niet om je te vertellen wat je wel en niet moet doen om een burn-out te voorkomen. Het laatste waar we behoefte aan hebben is meer things-to-do. Maar ik wil je wel helpen om te zien welke risicofactoren er kunnen zijn en hoe we daarin voor onszelf kunnen (blijven) zorgen.

Volle vaart de valkuil in

Een burn-out wordt vaak (niet altijd) aan de werksituatie gelinkt. Maar niet iedereen met een drukke baan en deadlines krijgt een burn-out. Sterker nog, we functioneren vaak best lekker onder een beetje druk. Ook onderbezetting of een slechte leidinggevende is geen garantie op een burn-out. In precies dezelfde situatie gaat de een onderuit en de ander niet.

 

Het verschil zit deels in persoonlijke kenmerken. Mensen die een burn-out krijgen delen vaak een aantal positieve kenmerken: ze zijn loyaal, verantwoordelijk en hebben groot doorzettingsvermogen. Dit kun je overigens niet omdraaien; het ontbreken van een burn-out is geen bewijs van gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel en doorzettingsvermogen. Zoals het met alle karaktereigenschappen is: je moet er vooral mee leren omgaan.

TNO deed onderzoek naar burn-out en de verhouding tussen persoon, werk en maatschappij. Daarbij zijn alle drie onderdelen van het geheel. We zullen aan deze drie vlakken aandacht moeten besteden en balans vinden waar mogelijk.

En heel herkenbaar, mijn valkuil is dat mijn werk heel dicht aanligt tegen het realiseren van mijn dromen: met een team en met onze klanten werken aan mooie, sterke merken die willen bijdragen aan een mooiere wereld. Er is geen harde scheiding te maken tussen mijn werk en wie ik als persoon ben, ik vind het heerlijk om me voor de volle honderd procent in te zetten.

 

Mijn werk, met een snel groeiend team en dynamische opdrachtgevers, was (en is) nooit af. Vanuit mijn bevlogenheid zijn er altijd wel dromen, plannen en nieuwe ideeën. Maar daarbij komen ook minder gezonde trekjes kijken; ik dacht dat ik anders tekort schoot of kansen liet liggen. Rust houden maakte me onrustig. Mijn doorzettingsvermogen zag ik als kwaliteit, maar daaronder zat ook de angst om te falen.

 

Zonder dat ik het doorhad verschoof de balans tussen elementen die me energie gaven en die me energie kostten.

Het zwijgen over mentale gezondheid

Na mijn herstel ontdekte ik dat onze samenleving en de cultuur rond werk mij hierin hebben gefaciliteerd. Het is bijna een statussymbool om te zeggen dat je het druk hebt. Rustig is saai, misschien zelfs zorgelijk, in ieder geval niet helemaal 'normaal'. Ondernemers onderling doen dat zeker; als je niet zestig tot tachtig uur in de week maakt, lijkt het alsof je geen passie hebt. Je maakt indruk met de fysieke energie die je hebt om zulke werkweken te maken, maar hoe het met je mentale energie staat is daarbij geen gespreksonderwerp.

 

Het is in onze cultuur moeilijk om daarover te praten. Collega’s en vrienden hebben achteraf tegen me gezegd dat ze het aan zagen komen en zich afvroegen: Hoe lang gaat dat nog goed? Toch hebben ze dat destijds niet tegen me gezegd en toen ze het achteraf wel zeiden had ik er niet veel aan.

 

Juist wanneer je zelf altijd doorgaat, heb je iemand nodig die daar doorheen durft te prikken. Lukt het nog wel eens om in het weekend niet te werken? Heb je ’s ochtends zin om naar je werk te gaan? Sleep je je naar het eind van de dag, tegelijk bang dat je aan het eind van de dag weer niet alles hebt gedaan wat je moet doen?

 

Omdat we niet gewend zijn te praten over onze mentale gezondheid, weten we ook niet zo goed hoe dat moet. Het lukte mijzelf ook niet om eerlijk naar mijn eigen mentale gezondheid te kijken en dat bespreekbaar te maken. Als er één ding is dat ik sindsdien heb geleerd, is het dat je met zulke gesprekken jezelf juist openstelt voor groei, ook mentaal. Veranderende taken en daarmee veranderende verantwoordelijkheden doen iets met je, al heb je dat zelf niet altijd door. Daarover praten geeft ruimte om dat te onderzoeken en maakt je ontvankelijk voor groei. Dat kun je niet alleen, en hopelijk hoeft dat ook niet.

 

De aarzeling om te vragen naar mentale gezondheid is logisch en meestal niet slecht bedoeld; je wilt niet opdringerig en nieuwsgierig overkomen of iemand beledigen. Het kan immers zomaar verkeerd vallen om dingen te zeggen als: ‘Gaat het wel goed met je?’ of ‘Je ziet er moe uit de laatste tijd.’ Het is ongemakkelijk en onwennig om het hier met elkaar over te hebben. Ik wil je wel aanmoedigen om het toch te durven met de mensen om je heen. Oefening baart kunst, en ook als het soms onhandig gaat, kan het precies zijn wat die ander nodig heeft.

 

Ik weet natuurlijk niet of mijn burn-out was voorkomen als mensen wel hadden doorgevraagd. Maar ik weet wel dat ik me heel eenzaam heb gevoeld. Dat mijn werk niet meer goed lukte, verweet ik aan mezelf – en omdat ik hier niet over praatte, werd mijn isolement steeds groter.

Vandaag de dag is zo'n isolement voor velen heel actueel. Mentaal, sociaal of fysiek. Begin 2021 kampte vijftien procent van de Nederlandse bevolking met mentale gezondheidsklachten (CBS). Bij jongeren is dat zelfs twintig procent. Op dit moment blijken meer dan een miljoen mensen last te hebben van vermoeidheidsklachten en (dreigende) burn-out. Geldt dit voor jou? Ik wil je aanmoedigen erover te praten. Geldt het voor iemand in je buurt? Ga het gesprek aan!

"Even doorbijten, je hebt altijd wel tijden dat het even wat minder gaat, het gaat wel weer over."

Waarom had ik dit niet door?

 

In 2015 was burn-out al een bekend verschijnsel. Maar in mijn beleving ging het altijd over een ander. Mij zou dat natuurlijk niet gebeuren - achteraf kan ik precies aanwijzen dat het toen al mis ging: ik nam geen tijd meer voor rust, droeg geen taken meer over maar hield alle ballen zelf in de lucht. Ik was alleen nog bezig met kansen en bedreigingen op de korte termijn waardoor belangrijkere zaken op de langere termijn vooruit geschoven werden. En maar door knokken - je weet dat het niet meer lukt, maar je houdt het nog verborgen. Even doorbijten, je hebt altijd wel tijden dat het even wat minder gaat, het gaat wel weer over. 

 

Helaas. 

 

Op tijd ingrijpen om een burn-out te voorkomen, is ongelooflijk moeilijk. Want inderdaad, het is normaal als het een dagje minder lekker loopt of om een werkpiek te hebben. Juist als die druk toeneemt en nooit meer ophoudt, heb je dus niet de rust om een stapje terug te zetten en te denken: ‘Is dit nog wel oké?’

 

Ik ging door tot het écht niet meer ging. Ik kon niet meer helder nadenken en mijn emoties waren oncontroleerbaar. Ik verzandde volledig in details en kreeg geen zicht meer op de hoofdlijnen.

Van burn-out terug naar bevlogenheid

 

Ik heb mensen om mij heen verzameld die optimistisch en eerlijk zijn. Zij bleven in en met mij geloven. Zij zijn ongelooflijk belangrijk voor me geweest. Daarnaast heb ik rust genomen en ben op retraite gegaan. Daar heb ik ontdekt dat rust en mentale ruimte enorm ondergewaardeerd is. Het is cruciaal om die ruimte te vinden zodat je kunt opladen en niet opgebrand raakt.

 

Die rust lukte niet zomaar - de things-to-do lijstjes zaten nog in mijn hoofd. Naar mijn idee zat ik mijn tijd te verdoen. De stilte was doodeng. Logisch, want in die rust kwamen ook de grote vragen langs: Waarom doe ik wat ik doe en wie ben ik in deze nieuwe situatie? Dat was ongemakkelijk. Maar ik leerde dat ik niet alles hoef te kunnen. Ik hoef niet perfect te zijn en mag leren met vallen en opstaan. 

"Burn-out is niet het resultaat van te veel doen, maar van te weinig rust."

Vanuit die rust zag ik nieuwe verbanden, kon ik genieten van grotere lijnen en kreeg ik inzicht in mijn persoonlijke groeimogelijkheden. Het was als een training voor de toekomst, en vanuit die rust op zoek naar wat ik kan en mag bijdragen. Want die bevlogenheid om bij te dragen, mijn talenten in te zetten, is natuurlijk niet voorbij. Het mooie is vooral dat ik nu met volle energie kan bijdragen zonder dat ik daar zelf aan onderdoor ga. Pieken is prima, hard werken kan heerlijk zijn en is niet per se ongezond. Zoals ik al zei: vaak functioneren we uitstekend onder druk. Het belangrijkste is dat het afwisselt met ontspanning. Burnout is niet het resultaat van te veel doen, maar van te weinig rust. 

Van moet naar moed

 

Van moet naar moed, zo vat ik het voor mezelf samen. Eerst genoot ik van mijn werk, maar het werd een moeten, van de ene verplichting naar de andere deadline. Om te constateren dat het op deze manier niet meer gaat, vergt moed. Daarna heb je veel moed nodig om dat ook kenbaar te maken – dát is eng. Gek genoeg zijn de reacties altijd lief, begripvol, steunend en bemoedigend. Waar was ik eigenlijk zo bang voor? 

 

In eerste instantie voelt het vreemd, bijna egoïstisch: ik kies voor mezelf. Maar uiteindelijk is dit de enige manier waarop ik er weer voor anderen kan zijn. Zoals ik zei: het was een harde les, maar ik ben heel blij met de rust die is ontstaan. Vanuit die rust heb ik de kracht om mijn werk te doen en er te zijn voor mijn gezin, vrienden en collega’s. En vanuit die rust vind ik de kracht om de moed op te brengen pas op de plaats te maken als dat nodig is. 

 

Dat gun ik iedereen. Ik hoop dat je in mijn verhaal aanknopingspunten vindt om na te denken over hoe jij goed voor jezelf kunt zorgen, de nodige rust kunt creëren en om daarbij hulp te vragen van de mensen om je heen. 

Deze blog is ook op mijn persoonlijke LinkedIn pagina gepubliceerd.

-------------------

* Wat is burn-out eigenlijk? 

 

Burn-out is een gevolg van langdurige, emotionele overbelasting en stress. Het leidt tot fysieke en emotionele uitputting. Het is een energiestoornis, die medisch gezien overeenkomsten vertoont met het chronischevermoeidheidssyndroom. 

 

De termen overspannenheid en burn-out worden vaak door elkaar gebruikt. Overspannenheid is het gevolg van een kortere periode van overbelasting en burn-out van een langdurige periode van overbelasting (langer dan een half jaar). 

 

Een depressie kan vergelijkbare symptomen met zich meebrengen, maar is een stemmingsstoornis. Dit hangt onder meer samen met de neurotransmitter serotonine. 

 

Omdat dezelfde symptomen dus een verschillende oorzaak kunnen hebben, is het belangrijk dat je je huisarts inschakelt.


«   »